Mensen die druk zijn en ook daadwerkelijk veel voor elkaar krijgen zijn vaak goed in schakelen. Hun aandacht is niet versplinterd, maar heel gericht op datgene waar zij op dat moment mee bezig zijn. Het schakelen is nodig om de aandacht vervolgens met eenzelfde intentie op iets anders te vestigen. Meditatie en yoga helpen je zowel om je aandacht ergens op te richten, als om de focus bewust te verleggen en weer op iets anders te vestigen. Dit doe je bijvoorbeeld door balanshoudingen te oefenen. Daarbij zijn de ogen op hetzelfde punt gericht, werken alle delen van het lichaam samen en is de concentratie bij de adem. Zo kan verstilling ontstaan, ook als je in een uitdagende houding staat. Wanneer je overgaat naar een andere houding, maak je een bewuste overgang en zoek je opnieuw die concentratie en rust.

Als je door levens- werk en/of yogaervaring merkt dat je steeds beter wordt in schakelen, ligt overmoedig zijn op de loer. Het is tenslotte heel fijn als je steeds makkelijker een veelheid aan taken en verantwoordelijkheden aankan. Voor je het weet doe je steeds meer en schakel je voortdurend van het ene onderwerp naar het andere. Omdat het moet, of omdat het je een lekker gevoel geeft om zo alert te zijn en op zoveel plekken aan het roer te staan. Je gedraagt je als een jongleur die het leuk vindt om steeds meer ballen in de lucht te houden. En net als bij een jongleur komt er een moment dat er een bal teveel in de lucht is, waardoor alle ballen vallen. Hoe weet je welke bal teveel is? En zoek je de grens op, of blijf je aan de veilige kant? Yoga kan ook bij deze vraag helpen. Yoga verlegt je grens, zodat je meer aankan en zorgt er tegelijk voor dat je bewuster wordt van die grens. Je neemt de signalen van lichaam, geest en adem beter waar. Je hebt sneller door als je gedachten rusteloos zijn bijvoorbeeld; je merkt dat misschien wel doordat de balanshouding vandaag voor geen meter lukt. Door die signalen serieus te nemen, voorkom je totale disbalans. Door te voelen hoe het werkelijk met je gaat, weet je ook wat nodig is om je goed te blijven voelen.

Dat betekent niet dat het geraden is om altijd maar die grens op te zoeken en net zoveel te doen en net zo vaak te schakelen als maar in jouw vermogen ligt. Voortdurend je aandacht laten verspringen zorgt immers ook voor oppervlakkigheid; je inzet raakt versnipperd. Met meer aandacht minder doen is niet zo gek als het klinkt. Zelfs niet als je ambitieus bent. Minder doen geeft je de kans meer de diepte in te gaan, misschien wel meer kwaliteit te leveren. Goed worden in schakelen is fijn, maar blijf niet springen van het één naar ‘t ander; zoek ook de verstilling tussen het schakelen door, zodat je aandacht hebt voor wat daar gebeurt en wat jij daar te doen hebt. Het levert betere contacten op, meer kwaliteit en meer voldoening. Goed kunnen schakelen is waardevol, maar jij voegt juist waarde toe aan alles wat je doet als je de aandacht vasthoudt.